Alabaster is een fijnkorrelig mineraal, een vorm van gips of calciet, dat al in de Oudheid werd gebruikt voor sculpturen, vazen en religieuze objecten. Het materiaal is zacht genoeg om met de hand te bewerken, maar heeft tegelijkertijd een bijzondere structurele dichtheid die het uiterst geschikt maakt voor verlichtingstoepassingen.
Wat alabaster werkelijk onderscheidt, is wat er gebeurt wanneer licht erdoorheen schijnt. Het steen diffuseert het licht op een manier die geen ander materiaal evenaard. Geen harde schaduwen, geen schittering. In plaats daarvan ontstaat er een zachte, warme gloed — alsof het licht uit de steen zelf lijkt te komen. Die kwaliteit maakt alabaster niet alleen functioneel interessant als verlichtingsmateriaal, maar ook visueel buitengewoon.
Daarbij komt het gegeven dat geen twee stukken identiek zijn. De natuurlijke adering — de fijne lijnen en tintvariaties die zich door het steen slingeren — maakt elk armatuur tot een uniek object. Men koopt geen verlichtingsproduct van een productielijn; men koopt een stuk natuur, gevat in een vorm.
Alabaster is bovendien tijdloos. Het heeft geen trend nodig om relevant te zijn. Het materiaal spreekt zijn eigen taal — rustig, oud, architectonisch — en past daardoor even goed in een hedendaags interieur als in een klassieke ruimte.